Kunst, mythen en verhalen als transitionele ruimte

"Het licht is niet zozeer voorwerp van het zien,
als wel middel om te zien wat zichtbaar is"

(Johannes van het Kruis)

Het woord mythe, evenals het woord mysterie is afgeleid van het Griekse 'mythos'. Het voorvoegsel my betekent met gesloten mond en gesloten ogen. Ditzelfde voorvoegsel vind je ook in mystiek. Het verwijst naar niet- praten, naar niet- zien met het gewone oog. Het wijst naar zien met het innerlijk oog, naar de beelden van de ziel. Th. staat voor 'theos', godheid/het goddelijke. Een mythe is dus een toenadering tot het goddelijke, tot de hogere machten met behulp van beeldende verhalen.
In de Griekse oudheid werden mensen die een inwijdingsweg volgden 'mystes' genoemd.

In de afgelopen jaren hebben we met een aantal, voornamelijk Griekse mythen
gewerkt en we worden steeds weer opnieuw geraakt door de ervaring, dat verhalen van duizenden jaren geleden ook in onze tijd een toegang bieden om onszelf te verstaan. In het contact met deze mythologische verhalen wordt de ziel geraakt en onze verbeelding aangesproken. De ziel als een overgangsgebied tussen het bewuste en onbewuste, een transitionele ruimte, helpt ons om de overtocht te maken en onszelf terug te vinden in dat grotere verhaal, dat van alle tijden is. We voelen ons opgenomen in een groter geheel en dat geeft een ruimer besef van wie we zijn. Telkens weer blijken sluiers te worden opgelicht en wordt het mysterie van het leven en van de wil aangeraakt. Het verbindt ons met diepe lagen van het collectief onbewuste en geeft tegelijkertijd een intieme ontmoeting met onszelf. De dichter Keats noemt dat een "greeting of the spirit".

Het licht aanvaardt de duisternis als zijn gade, omwille van de schepping
(Rabindranath Tagore)

We hebben steeds een mythe gekozen, waarin de afdaling centraal staat. De metaforische betekenis van deze afdalingen in de grote mythen van de westerse beschaving kan gezien worden als een figuurlijke afdaling van de mens in zichzelf, een zoektocht naar verloren aspecten van ons wezen, de verloren geliefde.

De mythe van Orfeus, de beroemde zanger, wiens goddelijke zang zelfs de stenen deed wenen, en die afdaalde naar de onderwereld om zijn gestorven geliefde Eurydice terug te halen. Hij krijgt haar mee, kijkt om ......... en verliest haar ten tweede male........

De mythe van Demeter en Persephone, het jonge meisje dat wordt geroofd door Hades, de koning van de onderwereld, die haar meeneemt naar het eeuwige duister van zijn schimmenrijk en tot zijn koningin maakt. Demeter zwerft wanhopig over de aarde op zoek naar haar dochter en intussen verdroogt de aarde en verdorren de gewassen.........

De mythe van de afdaling van Inanna, koningin van hemel en aarde, die vrijwillig af daalt naar het duistere rijk van haar zuster Ereshkigal, koningin van het dodenrijk. Ze moet door de zeven poorten en bij elke poort moet ze iets van haar verworvenheden afleggen, tot ze naakt tegenover haar zuster staat. Deze werpt op haar het oog des doods.........

In wezen gaan al deze mythes over het eeuwige mysterie van sterven en weer geboren worden. Het zijn cyclische processen, met terugkerende thema's. Verlies en verraad, die het proces van afdaling in gang zetten, momenten waarop de grens tussen bovenwereld en onderwereld doorlaatbaar wordt. Duisternis en overgave, terugkeer naar de bovenwereld.
Waarom houden wij ons door de jaren heen bezig met deze voortdurende tragedie van sterven en weer geboren worden?
Dit cyclisch proces, lijkt als een soort DNA de grondslag van ons wezen, de golfslag van alle bestaan op aarde te vormen en in de dynamiek ervan, herkennen wij ons.
Het herinnert ons aan het onuitsprekelijk geheim wat wij zijn, waarin wij leven en waar wij deel van zijn, deel aan hebben. De existentiële ervaring van gebrokenheid, kan in onze geïndividualiseerde en helverlichte cultuur en in onze dualistische denkwereld gemakkelijk zijn betekenis verliezen.
Het onbewuste zieleveld, waarin het werken met deze mythes ons brengt laat ons de samenhang ervaren, laat ons weer beseffen dat het een niet zonder het ander kan, de dood niet zonder het leven, het licht niet zonder het donker, de terugkeer niet zonder de afdaling, de dader niet zonder het slachtoffer en andersom. We zijn het allemaal. Orfeus, the dying God, is een symbolisering van het creatief proces, de noodzaak van het offer, destructie als voorwaarde voor creatie. Ook wij zijn mede-scheppers, co-creators.

Ken Uzelve Dan kent u de goden
(Ingangspoort van de tempel te Delphi) (Volgende poort van de tempel)
De Voorchristelijke mysteriën vormden de voedingsbodem, voor het Christendom
De mythe van Demeter en Persephone en de mythe van Orfeus vormen de kern van twee van de bekendste mysteriën uit de Griekse oudheid, nl. de mysteriën van Eleusis en de Orfische mysteriën.
Gezien de inhoud, reikwijdte en grootheid van de Orfische mysteriën werd Orpheus gezien als de "Vader van alle riten en van de mystiek in het algemeen. Het christendom werd geboren temidden van de mysteriën van de hellenistische wereld en er zijn dan ook veel parallellen. Zo werd Orfeus, de grote visser van zielen genoemd. Er zijn beelden van hem gevonden, waarin hij gekruisigd werd voorgesteld en werd gelijkgesteld aan Christus. Er zijn een aantal parallellen tussen deze voorchristelijke mysteriën en het Christelijk Opstandingsmysterie.
Ook Plato was bekend met een aantal Orfische geschriften en heeft er ideëen aan ontleend. Aristophanes (1032) schrijft "Orfeus gaf ons de mysteriën aan en weerhield ons van het doden."

Bij de Griekse mysteriën stond niet het aanbidden en vereren centraal, maar innerlijke groei en bewustwording.
Op de eerste poort van de tempel in Deplhi stond de beroemde tekst : "Ken Uzelve". Minder bekend is dat op de volgende poort stond: "Dan kent u de goden".

In het licht van de hierboven geschetste context zou je ook het Oude en het Nieuwe Testament "mythisch" kunnen "lezen." Als een geschiedenis van de ziel, als "verheven poezie".

"Shut your eyes and see"

Hetzelfde in de taal van onze tijd. Bovenstaande uitspraak komt van James Joyce, die hem gebruikt in het eerste hoofdstuk van zijn boek "Ulysses".
In het begin van de vorige eeuw (1913) schilderde Malevich zijn beroemde "Zwart vierkant". We zien daarop een zwart vierkant op een witte achtergrond. Zijn schilderij is te zien als een verduistering van het venster op de buitenwereld en een eerste wending naar binnen. De schilder Kandinsky (1911) noemt zwart "de stilte van het lichaam na de dood, de beëindiging van het leven".
In de jaren vijftig van de vorige eeuw was er een hele groep van kunstenaars, voornamelijk schilders, die een stap verder gingen. Mensen als Rauschenberg en Reinhardt vormen deze stroming, maar ook Rothko komt er uit voort. Ze schilderden series van zogenaamde "black paintings" en onderzochten: "Wat gebeurt er als je niet kan zien, of liever gezegd als je niet iets kan zien?" Dat vraagt van de kijker een blik, die bereid is zich met het donker te engageren. De "black paintings" gaan niet over "outer light", maar over "inner light", schreef Rauschenberg naar aanleiding van zijn serie " Night Blooming".

Mark Rothko, Untitled No. 11
Mark Rothko, Untitled No. 11

Thomas Merton vroeg een van de black paintings van Reinhardt te leen in zijn cel als hulpmiddel bij het mediteren.
De schilder Reinhardt zelf vergelijkt het schilderen van zwarte schilderijen met het alchemistisch proces. Hij noemt zwart "the primordial darkness", het allereerste, de kiem van alle processen. Hij spreekt ook over zwart als "het huis van de andere zijde", ingang tot de andere wereld, het transcendente.