In alles zit een barst, zo komt het licht binnen

Ziekte en gezondheid

Een ernstige lichamelijke ziekte beroert de hele mens. Lichaam, gevoel, denken. Ziekte en pijn trekken ons naar binnen, trekken ons in de diepte. Maken ons bewust van de reis van de ziel. Het overschrijden van de "grens" tussen gezondheid en ziekte schokt ons tot in de diepte van ons wezen. We verliezen onze onschuld en ontdekken onze kwetsbaarheid. We zijn niet meer wie we voor de ziekte waren en zullen dat nooit meer zijn, ook al zijn we straks lichamelijk "genezen".

Ziekte brengt ons bij essentiële levensvragen als "wie ben ik?", " wie ben ik meer dan mijn lichaam?", " wat is de zin van mijn bestaan?", "wie ben ik als ik niets meer kan doen?".

Het is het zoeken, het zijn die vragen die de zoektocht in gang zetten, waar de weg naar heling mee begint. Dat geldt in dezelfde mate voor een als "ziek" gediagnosticeerde als voor een zogenaamd "gezond" mens. Een "ziekte" van deze tijd en cultuur wordt misschien wel gevormd door onze gefragmenteerde identificaties. We identificeren ons met wat we doen, met onze rol/functie, ons lichaam, onze emoties of ons denken. Wat gebroken is, is ons eenheidsbewustzijn, ons besef van verbondenheid met het leven en de wereld om ons heen en in ons. We willen lijden en ziekte dan ook plaatsen in de context van de ontwikkelingsweg van een mens.

Naast het beroep dat de universele ervaring van ziekte op iemand doet, doet een specifieke ziekte ook nog een specifiek appel. Zo vraagt bijvoorbeeld suikerziekte om zorg en aandacht voor wat je eet, voor wat je wel en niet wil binnenlaten. Chronische vermoeidheid kan inzicht geven in wat energie geeft en wat energie vraagt en een verscherpt bewustzijn over de vraag hoe, van waaruit en waartoe je keuzes maakt om je (beperkte) energie aan te wijden.